De schizofrenie van een ‘camjo’ – de CAmera JOurnalist.

Mensen zijn vaak verbaasd als hij binnenkomt. Ze zijn netjes naar de kapper geweest, hebben al hun Facebookvrienden ingelicht en hun huis blinkt van de ‘Jif’. Dan gaat de deur open en staat daar niet de spectaculaire cameraploeg die ze hadden verwacht, maar één man. Verbaasd kijken ze om zich heen, waar is de rest? De geluidsman, de lichtman, de cameraman, de journalist, de regisseur? Hij ís de rest: hij is een ‘camjo’. In zijn hoofd werken ze allemaal samen.

“We gaan gewoon kletsen, net als in de kroeg”, legt hij uit bij binnenkomst. “Maar ik wil wel alles van je weten.” Mensen op hun gemak stellen is zijn eerste uitdaging. Want al is de camjo maar alleen, een opname blijft spannend en die spanning is soms van iemands gezicht af te lezen. Als het nodig is gaat hij dan ook voor de springtruc: de geïnterviewde springt drie keer op en neer en begint daarna direct te praten. Iets waar de gemiddelde CEO wel even van opkijkt, maar het werkt: hij moet lachen en zijn gezicht ontspant. De toon is gezet.

Op versiertoer
Het interview is begonnen. Nu moet de flow er in komen. Het is als iemand proberen te versieren in de kroeg: je voert een zo gezellig mogelijk gesprek op een hele rationele manier. Van achter de camera lacht, fronst en knikt de camjo als een bezetene – door de antwoorden heen praten kan namelijk niet – terwijl zijn gedachten aan een stuk door ratelen: ‘stel ik de juiste vragen? Is de persoon nog op z’n gemak? Komt zijn boodschap over? Formuleert hij de antwoorden goed?’ Ondertussen moet de geïnterviewde hem voortdurend aan blijven kijken terwijl hij zelf regelmatig een blik op het scherm werpt en niet bepaald de indruk van een luisterend oor wekt met die koptelefoon op zijn oren.

De marketeer in hem lacht vriendelijk, reageert met mimiek en stelt vragen. In zijn andere hersenhelft is het echter ook spitsuur, daar draait de techneut op volle toeren: ‘Hé, de lichtinval wordt minder nu de zon zakt, dat moet bijgesteld worden. Is het kaartje wel geformatteerd? De afstand van de persoon tot de camera is net iets te groot. Er moeten zo nog wat snijshots gemaakt worden. Wacht even, gaat daar nu ineens een airco aan?’

Paniek
Inmiddels is de geïnterviewde van wal gestoken over beleid en klantvriendelijkheid. Nu moet de camjo op zoek naar inhoud. Hij wil meer dan mooie woorden, het moet dieper en scherper. Hoe daagt hij hem uit? Hij vraag wat de CEO dan verstaat onder klantvriendelijkheid en hoe hij dat beleid dan in de praktijk inzet. Die schrikt even, daar heeft hij niet goed over nagedacht. Met een beetje geluk leidt zo’n paniekreactie tot een heel leuk gesprek: de geïnterviewde is uit zijn comfortzone gehaald en op scherp gesteld waardoor hij uit zichzelf begint te vertellen, oprecht en met passie. Maar het evenwicht is fragiel, je moet oppassen dat je geen wantrouwen creëert want dan kruipt de beste man weer in zijn schulp. En wacht even, is het beeld nou ‘out-of-focus’?

Als het interview langzaam op zijn einde begint te komen, maken de techneut en de marketeer in zijn hoofd de balans op: ‘Kan ik hier straks iets mee in de montage?’, vraagt de techneut. ‘Komt de geïnterviewde oprecht over?’, vraagt de marketeer. ‘Heb ik genoeg snijshots gemaakt om beelden mee te overlappen?’, vraagt de techneut.  Zijn de quotes kort en puntig genoeg?’, vraagt de marketeer. ‘Of moet die ene opmerking nog een keer over?’ Ze maken zich allebei even druk, want ze weten inmiddels uit ervaring: thuiskomen met slechte quotes, zonder snijshots of met een rochelende airco op de achtergrond is funest. Eenmaal in de montage is er geen weg meer terug.

Het is een veeleisende klus, zo met meerdere professionals vanuit één hersenpan werken. Maar daar zit hem ook meteen de lol in: dat hij het voor elkaar krijgt om ze samen te laten werken en zo de mooiste dingen kan maken.